Labels

>Artifiele intelligentie (1) 1§de" eeuw (1) 12de graad (1) 16de eeuw (1) 17de en 18de eeuw (2) 17e eeuw-1!de eeuw (1) 18de eeuw (4) 19e eeuw (2) 2016 (1) 20ste eeuw (2) 21ste eeuw (2) 7de graad Provoost en Rechter; 8ste Graad: Intendant der gebouwen (1) AASR (18) AASR 10de graad (1) AASR 18de graad (1) AASR 5 en 6de graad (1) AASR Filosofische graden (1) Adoptie ritus (1) Adoptieloges (2) Agnosticism (1) agnosticisme (1) AI (1) Algemeen (7) Aloude en Aangenomen Schotse Ritus (8) Amsterdam (1) Angelsaksische benadering (1) Anthropologie (1) anti-maçonnerie (1) Antienst en Moderns (1) Antients (1) Antients and Moderns (1) Antimaçonnisme (4) Antisemitime (1) Antivrijmetselarij (1) Antmaconnisme (1) Archieven (1) Archieven Belgie (1) Archieven Nederland (1) architectuur (3) Armenie (1) Artificial Intelligence (1) Artificiële intelligentie (1) Atheisme (16) Atheïsme (9) Atheistische spiritualiteit (1) Auschwitz (1) Azië (1) Azteken (1) Banket (1) Baron d'Holbach (1) Beeldende kunsten (2) beeldmateriaal (1) Beeldverhaal (1) beeldwoordenboek (1) beleving (1) Belgie (6) Belgie Vrijmetselarij Archief (1) beschutte communicatie (1) Besluiten Opperraden 19e eeuw (1) Bibliofilie (1) Bibliografie (2) Bibliotheken (6) Bibliotheken Duitsland (1) Bibliotheken England (1) Bibliotheken Nederland (1) Bibliotheken USA (3) Bibliotheken Zwitserkand (1) Bijbel (4) Bijbel controverse (1) Bijbel en loge (1) Bijbelse namen en betekenissen (2) Bio wetenschappen (1) Biografie (6) Blauwe graden (1) Blauwe loges (1) Blgie (1) Blinddoek (1) Boeddhisme (1) boekbespreking (1) Boekdrukkunst (2) Boeken (3) Boekenbeurs (5) Boekenbeurs Belleville (1) Boekenbeurs Lille (1) Boekenbeurs Vrijmetselarij Belgie (5) Boekenbeurs Vrijmetselarij Frankrijk (7) Boekenbeurs Vrijmetselarij Parijs (2) Boekensector (1) Boekhandel (2) Boekvoorstelling (1) Bouwstukken Nederland (1) Broederlijkheid (1) bronnenmateriaal (1) Bruno Giordano (1) Brussel (1) Buchloge (1) burgerlijke ongehoorzaamheid (1) chansons (1) Christelijk humanisme (2) classificatiesystemen (1) CLIPSAS (1) collaboratie (1) Commune 1871 Parijs (1) Commune de Paris (3) Commune Parijs (1) Commune Parijs 1871 (1) Complottheorie (1) Concentratiekampen (2) Conferenties (1) Conflictbeheersing (1) Congressen (6) Constituties (2) Constituties 1738 (1) Creationisme (1) culturele studies (1) Cultuuremanicipatie (2) cultuurgeschiedenis (1) Cursussen vrijmetselarij (1) d’ALVIELLA (1) Darwin (1) databank (1) databanken (1) DDR (3) De Gulden Passer (1) debat (1) democratie (2) Desiderius Erasmus (1) Diaspora (1) digitale documenten (1) Digitale media (1) Diversiteit Christelijke godsdiensten (1) Documentatiecentrum GOB (1) doelstellingen (1) Doit Humain (1) Droit Humain (2) Duitse literatuur (1) Duitsland (11) Duitsland 18-19de eeuw (1) Duitsland Interbellum (1) Duitsland Online artikels (1) Duitsland? (1) Ecosissme (1) Ecossisme Franrijk (1) Eed (1) Egyptische stijl (1) Elzas (1) emblemen (1) Encyclopedieën (1) Encyclopedistes (1) ervaringen (2) Esoterie (2) Essay (1) Esthetica (1) ethica (2) Ethiek (8) Ethiek Atheisme (1) Ethiek WO II (1) Etiquette (1) Eugène (1) Europa (1) Europa Renaissance (1) Euthanasie (1) evolutie (1) Evolutieleer (1) Evolutietheorie (1) extreemrechts (1) Fantasy (1) farwin (1) Filosofgie Algemeen (1) Filosofie (39) Filosofie & levensbeschouwing (9) Filosofie & religie (4) Filosofie 17de eeuw (1) Filosofie 20ste eeuw (2) Filosofie Comenius (2) Filosofie Descartes (1) Filosofie Duitsland 19e eeuw (1) Filosofie Italie (1) Filosofie Levensbeschouwing (2) Filosofie Spinoza (2) Filosofie vrije wil (1) Filosofie Vrijmetselarij (5) Filosogie Spinoza (1) Filsofie Roman (1) Frankrijk (8) Frankrijk? Verenigd Koninkrijk (1) Franse revolutie (1) Franse Ritus (2) Friedrich Ludwig Schröder (2) GE Lessing (1) Gechiedenis Frankrijk (1) Geheim Meester AASR (1) Gelijkheid Man Vrouw (4) Gemeenschappelijkheid (1) gemengde (1) Gent (1) Geopolitiek (1) Gerectifieerde Shotse ritus (1) geschiedebis (1) geschiedenis (13) Geschiedenis Antwerpen (1) Geschiedenis Belgie (2) Geschiedenis papier (1) Geschiedenis Royal Society of London (3) Geschiedenis vrijmetselarij Rusland (1) Geschiedenis VSA (1) geshiedenis Belgie (1) Gesprekscultuur (1) Geweld (2) Gewetensvrijheid (1) Gids (1) GLNF (1) GOBLET (1) Godsdienstfilosofie (1) Godsidee (1) handboeken (1) Hartlib Samuel (1) Hebreeuws (1) hedendaags (1) Herbronning (3) herkomst (1) Hermeneutiek (1) Hermeneutik (1) hermetica (1) Hersenwetenschappen (1) historiek (1) hofmeester (1) Holbach (1) Holocaust (1) homoseksualiteit (1) Hongarije (1) humanisme (20) Humanisme toekomst (1) Husserl Archief (1) Illuminati (1) Industriële Revolutie (1) Initiatie (2) Intelligent Design (1) Interbellum Duitsland (1) Internet (1) Intiem Secretaris (1) Intolerantie (1) Inwijding (2) Inwijdingen (2) inzicht (1) Islam (6) Italie (3) jaarboeken (2) Jaarboeken STC (7) Joden (1) Jodendom (1) jodenvervolging (1) journalistiek (1) Kapittelgraden enAeropgaus (1) Kapittelloge Aloude en Aangenomen Schotse Ritus (1) Kennisfilosofie (2) Kennisleer (1) Kennismanagement (1) Klerikalisme (1) Knights templar (1) Komensky Jan Amos (1) kritiek (4) Kritisch onderzoek (1) Kunst (5) Kunstmatige Intelligentie (2) Landschapsarchitectuur (1) Latijn (1) Lectuur (1) Leerling (2) Les Ami sPhilanthropes (1) Lessing (1) Letterkunde (1) Levenshoudingen (1) Lexica (2) lexicon (1) Lezingen (1) lezingenreeks (1) Liber amicorum (1) libretto (1) licht (1) Liederen (1) Literaire kritiek (1) Literaire prijzen (2) Literatuiur (1) Literatuur (2) Locke (1) Loge (2) Loge arbeid (2) Loge werking (1) Logeleiding (1) loges (1) Loreinen (1) Lyon (1) Maakbare mensheid (1) Maatschappij (4) Maatschappij kritiek en verbeelding (2) Maatschappijkritiek (6) maçonnieke inwijding (1) Magic Flute (1) marie Desraimes (2) mededogen (1) Meestergraad (1) Mens & maatschappij (4) mens en maatschappij (1) Mensenrechten klimaatverandering (1) Methode (1) Mithracisme (1) Mjthra (1) Monotheisme (1) Montaigne (2) Montesquieu (1) Moraal (2) Moraalfilosofie (2) Morin (1) Mozart WA (1) Mozarts (1) Multiculturele samenleving (1) Musea (1) muziek (6) Muziek 19de eeuw (2) Mythen (1) naslagwerken (3) Nederland (5) Nederland 17de eeuw (1) Nederland en België (1) netwerking (1) Nietzsche (1) nieuw (1) Nobelprijs Henri La Fontaine (1) Nobelprijswinnaars (1) Obedienties (1) Obediënties (2) Odd Fellows (1) Onderwijs (2) Onderzoek (5) Onderzoek Nederland (1) onderzoeksbibliotheken (1) onderzoekscentra online artikels (1) Onderzoeksloge (1) Online artikels (3) Ontvoogding (1) oontstaan GLE (1) Oorspong (1) oorsprong (5) Oorsprong(en) AASR (1) oorsprongen (7) Oost Europa (1) Oostenrijk (4) Opus Dei (1) Orde van vrijmetselaren (1) organisatie (1) oVerenigd Koninkrijk (1) overzicht (1) Pansofie (2) pantheisme (1) partner (1) Pasqually (1) Pelikaan symbool (1) perfectieloge (1) Pers (1) Pezie (1) Plantin (1) Plato (1) plichten (1) POezie (1) Poëzie (2) Politiek (3) Politieke filosofie (1) Prijzen (1) Prince Hall (1) Prince Hall vrijmetselarij (1) Proefschriften (1) Psychologie (3) Racisme (1) Ratio (1) Rechten van de mens (2) Redenaar (1) Referentiewerken (2) Referentiewerken Vrijmetselarij (1) refrentiewerken (1) Regalia (1) Regulariteit (1) Reguliere Grootloge van Belgie (1) Relgie Atheisme (1) Religie (6) religieuze praktijken (1) Religiositeit (1) renaissance (1) Renaissance politiek (1) Repressie (1) RER (1) Rite Écossais Rectifié (1) Rite Français (1) rituaal (2) Ritualen (6) Ritualen 18e eeuw Groot-Brittannie (1) Ritualistiek (1) rituelen (2) ritus (2) robotoca (1) Roman (1) Rousseau JJ (1) Royal Arch (3) Royal Arch terminologie (1) Rozenkruisers (1) Rudolf (1) Salafisme (1) samenleving (4) Samenlevinsaspecten (1) Samenzweringstheorieën (1) Schotse primitieve ritus (1) Schotse Ritus (8) seculariteit (1) Seculiere maatschappij (1) seculiere staat (1) Sociale rechtvaardigheid (1) Sociale theorie (1) socialisme (1) Solidariteit (1) Spanje (1) Spinoza (3) spiritualiteit (6) Spotprenten (1) Steiner (1) stripverhaal (1) Studiedagen (2) Studiekring STC (1) Studiekring Trogonum Coronatum (1) Studieloge (1) Studiezittingen (1) Symbolen (1) Symboliek (10) symbolische loges (1) Symposium (1) taakverdeling (1) Taal (1) Tableaux (2) Tempel symboliek (3) Tempeliersgeschiedenis (1) tempels (1) Tentoonstelling (1) Tentoonstelling vrijmetselarij Hannover (1) Tentoonstellingen (3) Terminologie (1) Terreur (1) Terrorisme (1) Theater Esoterie (1) theologie (1) Theoterrorisme (1) Thomas More (1) Tijdsbegrippen (1) Tijdschriften (3) Toegevoegde graden (1) Toekomst (6) Toekomstvisie (4) Toekomstvisie Vrijmetselarij (2) tolerantie (3) Toneel (1) Toverfluit (1) transatlantisch (2) Transparantie (1) tSchröder (1) Tsjechie (1) Tuileur (1) Twijfels en zekerheden (1) Uitgeverij (5) uitgeverij Frankrijk (1) Uitgevers (3) UK (3) Universele Verklaring van de Rechten Van de mens (1) USA (1) Utopia (1) Vaticaan (1) Verenigd Koninkrijk (2) vergelijkende mythes (1) Vergeving (1) Verhalen (1) Verlichting (20) Verlichtingsdenken (3) Verlichtingsidealen (2) Vervolmakingsloge (1) Vierde (1) Visuele kunsten (1) Vlaanderen (1) Vluchtelinencrisis (1) VM Regulariteit (1) Volmaakt Meester (1) Voltaire (2) Vrfijmetselarij (1) Vrfijmetselarij 21ste eeuw (1) Vriendschap (1) Vrijdenkers (1) Vrije geesten (2) Vrije meningsuiting (2) vrije wil (1) Vrijetselarij (1) vrijheid (9) Vrijmetselaar (1) Vrijmetselaarsgraden (3) Vrijmetselaarsgraden Blauwe loges (1) Vrijmetselaarstijdschriften USA (1) Vrijmetselarij (162) Vrijmetselarij Nederland cursus (2) Vrijmetselarij 18de -20ste eeuw (1) Vrijmetselarij AASR (2) Vrijmetselarij Algemeen (6) Vrijmetselarij Antwerpen (1) Vrijmetselarij Archieven (1) Vrijmetselarij beeld (1) Vrijmetselarij Belgie (12) Vrijmetselarij Boekenbeurs (1) Vrijmetselarij digitaal (1) Vrijmetselarij Duitsland (7) Vrijmetselarij Duitsland Goethe (1) Vrijmetselarij Duitsland Quator Coronati jaarboeken (1) Vrijmetselarij ethiek (2) Vrijmetselarij Europa Amerika en Kolonies (1) Vrijmetselarij Frankrijk (8) Vrijmetselarij Frankrijk Online artikels (3) Vrijmetselarij Frankrijk tijdschriften (1) Vrijmetselarij Geschiedenis (2) Vrijmetselarij Geshiedenis (1) Vrijmetselarij Glaswerk (1) Vrijmetselarij Groot-Brittannie (4) Vrijmetselarij Groot-Brittannie Schotse Ritus (1) Vrijmetselarij Grootoosten (1) Vrijmetselarij Hongarije (1) Vrijmetselarij Humor (1) Vrijmetselarij Islam (1) Vrijmetselarij Java (1) Vrijmetselarij Media (1) Vrijmetselarij Musea (2) Vrijmetselarij Muziek (2) Vrijmetselarij Nederland (3) Vrijmetselarij Nederland Vlaanderen (1) Vrijmetselarij Onderzoek (1) Vrijmetselarij Oorsprong (1) Vrijmetselarij Oostenrijk (2) Vrijmetselarij Oostenrijk research (1) Vrijmetselarij Rozenkruisers (1) Vrijmetselarij Tentoonstellingen (2) Vrijmetselarij tijdschriften (4) Vrijmetselarij Toekomst (1) Vrijmetselarij UK (1) Vrijmetselarij USA (2) Vrijmetselarij Vredesbeweging (1) vrijmetselarij werkplaatsen (1) Vrijmetselarij Zuid-oost Azie (1) Vrijmetselarij Zweden (1) Vrijmetselrij (1) Vrijmetsetselarij (1) Vrijùetselarij Schilderkunst (1) Vrijzinigheid (1) Vrijzinngheid (1) Vrijzinnig humanisme (4) vrijzinnig onderwijs (1) Vrijzinnigheid (5) Vrijzinnigheid 17de eeuw (1) Vrijzinnigheid ethiek (1) Vrikjmetselarij (1) vroege teksten (1) Vrouw (4) Vrouw en vrijmetselarij (3) Vtrijmetselarij (1) waarden (1) Wallonie (1) Welvaartsdenken (1) welzijnsfilosofie (1) Wereldoorlog I (3) Wereldoorlog II (2) Wereldoorlog II Kinderen (1) Wereldoorlog II Vrijmetselarij Duitsland (1) Wereldoorlogen (1) werkwijze (1) West-Vlaanderen (1) wet (1) Wetenschappen (2) Wetenschapsfilosofie (1) Willermooz (1) WO I (2) Zaterdaglezingen 2017 (3) Zelfkritiek (1) Ziel (1) zingeving senioren (1) Zusters (1)

vrijdag 22 februari 2013

Het raadsel Spinoza


Het raadsel Spinoza. Roman

Irvin D. Yalom



In een uitgebreid voor- en nawoord doet de joodse Amerikaanse psychiater en auteur Irvin D. Yalom (die eerder al over Nietzsche en Schopenhauer schreef) zijn bedoelingen uit de doeken: hij is gefascineerd door Spinoza, de eerste 'moderne' denker. Spinoza werd in de ban gedaan door zijn joodse gemeenschap en de rest van zijn leven gecensureerd door de christenen.

Helaas zijn van Spinoza bitter weinig biografische gegevens overgebleven. Yalom vult die open ruimte zelf in met deze roman. Tegelijk legt hij de link met de moderne tijd. Bij een bezoek aan het Spinozamuseum in Nederland krijgt Yalom te horen dat de bibliotheek van de grote denker al in 1940, kort na de bezetting, werd leeggehaald op gezag van Alfred Rosenberg, de belangrijkste antisemitische ideoloog van de nazi’s, voor “nader onderzoek naar het raadsel Spinoza”. Voeg daarbij dat er precies op dat moment joodse onderduikers woonden op de zolder van het Spinozamuseum, en er is stof genoeg voor een verhaal.

zie ook COBRA



Amsterdam : Balans, 2012
Omvang432 p.

Zie ook RONALD COMMERS


Spinoza, altijd weer Spinoza

 

Commentaar bij Irvin D. Yaloms The Spinoza Problem (Basic Books 2012), Nederlandse

vertaling bij uitgeverij Balans, 2012, met als titel: Het raadsel Spinoza.

Spinoza: de mensheid geraakt niet uitgepraat over de Hollandse vrijgeest en

zijn denken. Er komt geen einde aan de fascinatie die van zijn persoon en

werk uitgaat. Vandaar de vraag: wat is er toch met Spinoza? Wat is het

raadsel of het probleem ‘Spinoza’?

 

Neem nu de Noord-Amerikaanse psychiater en publicist Irvin D. Yalom,

bekend om zijn Existential Psychotherapy, maar die eerder ook al boeken

schreef over filosofen als Nietzsche en Schopenhauer. In 2012 voegde hij

aan de reeks romans over wijsgeren een ideeënroman toe over Spinoza.

Naar zijn zeggen deed hij het omdat de 17de eeuwse Hollandse vrijgeest

“veel heeft geschreven dat buitengewoon relevant is voor (...) de psychiatrie

en de psychotherapie”.

 

De lezer is daarmee gewaarschuwd. Is het leven en werk van Spinoza te

beschouwen als een medicijn voor de gekwelde geest, als troost voor de

zuchtende ziel en tot verlichting van onrust en beroering die de menselijke

existentie kenmerken.? Van een befaamd psychiater en therapeut, Yalom

dus, kan men zo’n oriëntatie uiteraard verwachten. Om hem te citeren:

“buiten gewoon relevant (...) zoals bijvoorbeeld (...) dat hartstochten

objectief kunnen worden bestudeerd en dat inzicht tot transcendentie leidt.”

 

Opvallend is dat de psychiater in het spoor werkt van een neuroloog,

Antonio Damasio, die in 2003 een boek publiceerde, Looking for Spinoza. Joy,

Sorrow, and the Feeling Brain. De reis van Damasio naar Rijnsburg, juli 2000,

om er het intussen beroemde Spinozahuis te bezoeken, heeft ook Yalom in

2007 ondernomen. Zeven jaar eerder dan Yalom zat ook Damasio in de

bibliotheek en bekeek hij er de boeken die de bezoeker, voor zover

mogelijk, een blik gunnen op het spirituele universum van de Hollandse

vrijgeest. En ook Damasio confronteerde zich met het ‘probleem Spinoza’.

Hij wist dat Sigmund Freud met de Grundsatz –het fundament– van zijn

werk schatplichtig was aan Spinoza’s Ethica.

 

Op pagina 260 van Damasio’s

boek lezen we (ik citeer):

Het systeem van Freud veronderstelt het zelfbehoud-apparaat dat Spinoza met

zijn conatus vooropstelde, en het maakt uitvoerig gebruik van de idee dat de

handelingen van zelfbehoud op een onbewuste wijze worden aangegaan. (Mijn

vertaling)

Ter verduidelijking, het woord conatus staat voor: het streven dat

karakteristiek is aan leven. Of anders gezegd: de drang te bestaan, de

drijfkracht om te volharden in het leven. Kortom: de aandrift die met

existeren zelf is verbonden. Daarover zegt de Nederlander in zijn Ethica,

derde deel ‘Oorsprong en aard der aandoeningen’ in stelling 6: “Elk ding

tracht, voor zover het op zichzelf bestaat, in zijn bestaan te volharden”, en

in stelling 7: “Het streven waarmede elk ding in zijn bestaan tracht te

volharden is niets anders dan het werkelijk wezen van dit ding zelf.”

Getuigen deze formuleringen niet van een al te opmerkelijke onthechting en

afstandelijkheid? Wou of kon de filosoof niet eenvoudig zeggen: “een wezen

dat leeft, leeft graag, en leeft graag verder”. Of nog persoonlijker: “In mij is

de drift te willen leven en te blijven leven.” Kon de mens Spinoza dan niet

over zichzelf en over zijn medemens spreken zonder zich te moeten

verschuilen achter een opvallend terughoudende taal?

De lezer moet het mij niet te kwalijk nemen dat ik even ging uitweiden. Er is

een goede reden voor en al bij al voert het mij terug naar het boek van

Yalom en de intrigerende titel: ‘het probleem Spinoza’. Zowel de neuroloog

(Damasio) als de psychiater (Yalom) voelden zich voor een raadsel geplaatst.

En de reis die zij beiden naar Rijnsburg maakten, om er te gaan vertoeven in

de ruimten waar de Nederlandse vrijgeest heeft geleefd, heeft het enigma

niet uit de wereld geholpen. Damasio besluit zijn boek (hoofdstuk 7), niet te

verwonderen, met de titel ‘Who’s There?”. En Yalom schrijft dat hij vol

verwachting in het Spinozahuis op zoek was naar... “tja, naar wat eigenlijk?

(....) Ik was het museum binnengekomen met één groot mysterie, en bij

vertrek waren het er twee geworden.”

De zo gelauwerde filosofie van Spinoza, omdat zij voor geest én lichaam

verkoeling zou brengen en aldus zou bijdragen tot bestaansrust, evenwicht

en blijheid, veroorzaakt bij de beschouwer blijkbaar een soort onvrede. Het

is een levende paradox. “Houd ik van de Spinoza die ik uiteindelijk

ontmoette?”, vraagt Damasio zich aan het einde van zijn boek (Hoofdstuk

6) af. “Het antwoord is niet eenvoudig. (...) Ik bewonder hem, dat is zeker.

(...) Maar ik wenste dat ik even duidelijk kon zijn over zijn wijze van denken

als ik dat ben over de vorm van zijn handelen – in hem is er iets dat altijd

onbevattelijk blijft en het bevreemdende aan hem komt nooit tot bedaren.”

(p. 264; mijn vertaling). En Yalom schrijft in zijn woord vooraf tot de

roman: “Ik weet dat geen mens kan bestaan zonder een innerlijk leven vol

fantasieën, dromen, hartstochten en verlangen naar liefde. Ongeveer een

kwart van Spinoza’s belangrijkste werk de Ethica is gewijd aan het

‘overwinnen van de slavernij van de hartstochten’. Als psychiater was ik

ervan overtuigd dat hij dit niet kon hebben geschreven als hij geen hoogst

persoonlijke ervaring had met het overwinnen van zijn eigen hartstochten.”

(p. 10, Nederlandse uitgave).

Als wij daarover gaan nadenken blijkt er dus wel degelijk een ‘probleem

Spinoza’ te bestaan, een raadsel waar mensen maar geen oplossing voor

kunnen vinden. Wat was het doel dat Spinoza zich had gesteld? Was het

niet: door helder nadenken de oorzaken achterhalen die toelaten te begrijpen

waarom wat mij is aangedaan door de wereld, mij ook werkelijk heeft

aangedaan? Maar waarom stelde hij zich dit als doel? En waarom leggen niet

weinig lieden, de ‘spinozisten’ onder ons, hun oor te luisteren bij de

Hollandse vrijgeest? Is het de illusie om langs die weg diep inzicht te krijgen

in zichzelf, om het zo te kunnen doen bijdragen tot hun verbetering en

misschien tot hun vervolmaking als mens (en niet louter als individu)?

Weerklinkt daar niet een mateloze hoop die de ‘spinozisten’ met de meester

delen, met name om via het intellect vrede te vinden in het bestaan?

Paradoxaal, want de vrijgeest had de hoop als een verstandelijke zwakheid

opgevat.

Laat ik de meester zelf even aan het woord:

 

De ervaring zelf leert dus niet minder duidelijk dan de Rede, dat de mensen

slechts daarom alleen zich vrij wanen, wijl zij zich bewust zijn van hun

handelingen, doch de oorzaken waardoor die bepaald worden niet kennen; en

voorts ook dat de besluiten van de Geest niets anders zijn dan de begeerten

zelf,w elke derhalve verschillen al naargelang die ontvankelijkheid van het

Lichaam verschilt. Want ieder zoekt alles naar eigen zin in te richten en wie

bovendien nog door tegenstrijdige aandoeningen bestormd worden, weten in het

geheel niet wat zij willen, terwijl zij die (op een gegeven ogenblik) aan geen enkele

aandoening onderworpen zijn, reeds door een zachte drang her- en derwaarts

gedreven worden. Al welke dingen, dunkt mij, klaar bewijzen, dat zowel een

besluit van de Geest, als de begeerte en de ontvankelijkheid van het Lichaam, van

nature gelijktijdig zijn, of liever dat zij een en dezelfde zaak zijn welke wij,

wanneer zij onder het attribuut des Denkens beschouwd en daaruit verklaard

wordt, ‘besluit’ noemen, maar welke wij, wanneer zij wordt beschouwd onder het

attribuut der Uitgebreidheid en wordt afgeleeid uit de wetten van beweging en

rust ‘noodwendige bepaaldheid’ (gedetermineerdheid) heten.

 

(Opmerking bij het ‘bewijs’ van Stelling 2, derde deel Ethica; vertaling Nico Van

Suchtelen

 

De Hollandse vrijgeest was het er om te doen mensen te overtuigen dat zij

niet weten wat ze zeggen als ze beweren dat een handeling van hun lichaam

voortspruit uit hun geest, een geest die bijgevolg heerschappij zou krijgen

over hun lichaam.

Zowel de neuroloog Damasio als de psychiater Yalom is aan het bevragen

van dit edele doel van Spinoza veel gelegen. Voor de neuroloog is dat

evident, zo lijkt me. Hij onderzoekt de complexe samenhang van het

lichamelijke en het geestelijke. Maar ook voor de psychiater is het evident.

De therapeut is immers geïnteresseerd aan het geestelijk welzijn van zijn

patiënten. Neuroloog en psychiater gaan ervan uit dat lichaam en geest op

elkaar zijn betrokken, als het ware door elkaar zijn geweven. Precies Spinoza

heeft die betrokkenheid als een noodzakelijke overeenkomst voorgesteld.

Maar de neuroloog, die in een vroeger werk, Descartes’ Error, de biologie van

het menselijk verstand had geëxploreerd, blijft beklemtonen dat redelijk

denken verbonden blijft met wat we ‘emoties’ (of voelen) noemen. In

Spinoza’s terminologie: aangedaan worden. Of zoals we het ook kunnen

noemen: de capaciteit om geraakt te kunnen worden. Mocht die geschiktheid

door een of ander fysiek ongeluk of door een verwoeste jeugd zijn weg

gevallen, zal ook het redelijk denken verstoord geworden zijn.

 

Damasio voegt er ootmoedig aan toe:

Rekening houden met het fysiologische proces achter het geestelijke verschijnsel,

het heldert niet het raadsel op van het levensproces waarmee het voelen is

verbonden. Het verheldert het verband met het mysterie, maar niet het mysterie

zelf. Spinoza en deze denkers die spinozistische elementen hanteren, draaien in

een cirkeltje als het over gevoelens gaat: van leven in ontwikkeling, vanwaar zij

uitgaan, naar de bronnen van het leven, waarnaar zij wijzen.

 

Yaloms roman lijkt ingegeven door eenzelfde kritische beschouwing. Het

‘probleem Spinoza’ is het raadsel van de mens Spinoza, met zijn psychische

en lichamelijke kwellingen, zijn grillig levensparcours, zijn ontgoochelingen,

zijn eenzaamheid. Wanneer in het laatste hoofdstuk, dat aan de Hollandse

vrijgeest is gewijd, hij van zijn vriend Franco Benitez afscheid neemt, schrijft

Yalom:

 

Toen er ten slotte geen spoor meer te bekennen was van Franco, liep Bento traag

van de kade vandaan, terug in de omhelzing van de eenzaamheid. (p. 407)

 

Of de filosoof zich echt eenzaam heeft gevoeld, de goden zullen het weten.

Er is te weinig over hem bekend om zoiets te kunnen veronderstellen. Maar

Yalom interpreteert het zo. Het is gerelateerd aan de opzet van zijn roman

en aan zijn psychiatrische belangstelling in Spinoza’s bestaan. De denker van

de verstandelijke levensweg, die “logisch denken” (Yaloms terminologie) als

het meest doelmatige middel ziet om in het stormgeweld der aandoeningen

de weg te vinden naar wat waarachtig voldoening schenkt en bijdraagt tot de

bestaansblijheid, die denker is in Yaloms roman ook een gestoorde mens.

Eenzaamheid, isolement, halsstarrigheid, jaloersheid, zijn hem niet vreemd.

Wanneer, in Yaloms geromanceerde versie, in zijn later leven Spinoza een

vriend vindt in Franco, een marraan van Portugese oorsprong die hem in de

Amsterdamse sefardische joodse gemeenschap mee aan de galg praatte, leidt

dit o.a. tot de volgende gedachtewisseling:

 

(Franco) ‘Je hebt eens tegen me gezegd dat de rede niet is opgewassen tegen de

hartstocht en dat wij ons alleen van de hartstocht kunnen bevrijden door de rede

in een hartstocht te veranderen.’

(Spinoza) ‘Aha, ik denk dat ik weet wat je wilt zeggen: dat ik de rede zozeer heb

getransformeerd dat zij soms niet meer is te onderscheiden van de

onredelijkheid.’

 

Franco bevestigt dat volmondig. Hij stelt in Spinoza woede en humeurige

beschuldigingen vast, precies dan wanneer de rede in het nauw komt. Het

brengt de jonge man die uiteindelijk besloot rabbijn te worden –zeer tot

verbazing van de Hollandse vrijgeest die ook een beetje zijn mentor is

geweest– tot een diepteanalyse van de filosoof. Hier raakt Yalom een

delicaat biografisch gegeven aan, met name Spinoza’s opvatting over liefde

en jaloersheid en zijn verhouding tot vrouwen.

Spinoza meende dat mensen, “van nature”, niet met elkaar kunnen overeen

komen als zij aan hartstochten onderworpen zijn (Stelling 32, vierde deel

Ethica). Haat en liefde worden in het derde deel met elkaar verbonden op

een wijze die veel leert over Spinoza’s onthechtingstrategie die als doel heeft

in gemoedsrust te kunnen leven. In Stelling 35 is er sprake van haat jegens

de geliefde die zich in een “innige relatie van vriendschap met een ander

heeft verbonden”. Yalom kon daar in zijn roman moeilijk aan voorbij gaan.

Hij verhaalt hoe Bento een boon had voor Clara Maria, de talentrijke

dochter van zijn leermeester Latijn, Franciscus van den Enden. Wanneer

blijkt dat zij zich heeft verloofd met een student medicijnen, Dirk, eveneens

een leerling in Franciscus’ school en een vriend van Bento, blijft die laatste

terneergeslagen achter. Nog veel later in zijn leven kan hij zijn gevoelens van

nijd en jaloersheid niet ‘refouleren’. Het is Franco Benitez die hem daarop

zal wijzen.

Drukt in zijn Ethica de filosoof van de innerlijke gemoedsrust brengende

intellectuele liefde tot God of de Natuur, niet zijn ontreddering uit in de

‘Opmerking’ bij Stelling 35?

 

Deze Haat jegens het geliefde wezen, verbonden met Nijd, wordt Ijverzucht

(jaloersheid) geheten, welke dus niets anders is dan een tweestrijd des gemoeds,

uit gelijktijdige Liefde en Haat ontsprongen, vergezeld door de gedachte aan een

ander, die men benijdt. Bovendien zal deze haat jegens het geliefde wezen

sterkerzijn naarmate van de Blijheid, welke de jaloerse door de wederliefde van

het geliefde wezen placht te ondervinden en eveneens naarmate van de

gevoelens, welke hij koesterde jegens hem, aan wie zich naar zijn voorstelling het

geliefde wezen verbonden heeft.

 

Yalom doet in zijn roman Franco, de rabbijn in opleiding, aan de

bewonderde meester uitleggen dat die door treurige ervaringen is ‘getekend’,

en dat zijn rede of verstand daartegen niet veel vermocht. Zijn moeder stierf

toen hij nog heel jong was. De oudere zus en daarna de stiefmoeder stierven

kort daarna. Zijn zus Rebecca (Rivke) verloochende hem naar aanleiding

van zijn excommunicatie door rabbijn Saul Levi Mortiera. En, zo vervolgt

Franco, dan is er nog Clara Maria, “de enige vrouw van wie je hebt

gehouden, en die jou heeft gekwetst door voor een ander te kiezen.” Hij

voegt er toe: “Haar buiten beschouwing gelaten, heb ik je nog nooit iets

horen zeggen over een positieve ervaring met een vrouw.” (p. 405)

 

 

 

 

Theodor Kerckring, ook Dirk genaamd (1638 – 1693), medestudent Latijn van Bento Spinoza en later een

beroemd medicus, huwde de dochter van Franciscus van den Enden, Clara Maria in 1671.

Hier uit zijn werk, Spicilegium anatomicum, (1670) het skelet van een foetus,en het skelet van een kind,

illustrerend de fontanellen. Bron: http://www.library.utoronto.ca/

 

Zou het kunnen dat Irvin D. Yalom het juist heeft gezien met deze

romancering van dit bekende biografische gegeven? In dezelfde

‘Opmerking’ bij Stelling 35 leest men iets wat bij niet weinigen vandaag zal

leiden tot enige gêne of misschien stomme verbazing:

 

Want wie zich voorstelt, dat de vrouw, die hij liefheeft, zich aan een ander

overgeeft, wordt niet alleen bedroefd door het feit dat zijn eigen lust belemmerd

wordt, maar heeft ook een afkeer van haar, omdat hij gedwongen is het beeld van

het geliefde wezen in verband te brengen met de schaamdelen en

zaadafscheidingen van een ander.

 

Mochten we cynisch willen zijn, we konden gemakkelijk besluiten: ja, dan zal

het koesteren van een “intellectuele liefde tot God of de Natuur” wel

gemakkelijker zijn. Is de onthechting de remedie voor de droefheid welke

wordt veroorzaakt door de afwezigheid van de geliefde?

Om eerlijk te zijn, toen ik bij het schrijven van mijn commentaar bij Yaloms

boek dit overwoog, luisterde ik eerder toevallig naar de sopraan Kiri Te

Kanawa die een wondermooi lied over de liefde zingt. Puccini’s O mio caro

babbino. Een smeekbede van een jonge vrouw aan haar beminde vader (“mio

caro”), om haar toe te laten met haar geliefde samen te zijn. Wordt in dit

hartstochtelijke lied niet een drang naar buiten (erst muss es ausgehen, zei Ernst
 
Bloch ooit) vertolkt? Een niet te stillen aandrift om te bestaan en te voelen,

een bezieling die lijf en leden raakt om te kunnen getuigen van wat men –zo

men het wil– kan lezen in een schoon liefdesgedicht:

 

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet,

ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.

Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik

alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet,

ik zou niets zijn. (1 Korinthiërs: 13)

 

Zo bekeken is het ‘raadsel Spinoza’ het probleem van Spinoza: de illusie van

de onthechting, van de van leven en medemens afscheid nemende ataraxie,

om slechts daarna vriend te kunnen zijn van allen (mochten zij daarom

willen vragen). Met de droeve wijsheid die daaruit volgt: alles wat

voortreffelijk is, is even zeldzaam als moeilijk.

Zou het mogelijk zijn dat “de redding nabij was”, of “om zo te zeggen

zonder veel inspanning voor het grijpen lag” (cf. Spinoza, Ethica), maar dat

de meester eraan voorbij ging? Is het niet een wat povere uitweg uit de doffe

ellende wanneer een mens, die door het leven is getekend, het moet redden

met die zo geroemde intellectuele liefde tot God of de Natuur? Zal het niet

moeilijker zijn om als mens van vlees en bloed, geleid te worden door lust

en leven, en daarin te volharden omdat zij het sap en het kruid zijn van ’s

mensen bestaan?

Wie zal het gelijk aan zijn kant hebben? De wijze meester, hij zegt:

 

Immers behalve dat de onwetende door tal van uitwendige oorzaken her en der

gedreven wordt en nooit waarachtige zielsrust erlangt, leeft hij bovendien als

onbewust van zichzelf, van God en van de dingen, en zodra hij ophoudt te lijden

houdt hij tevens op te bestaan.

 

Maar de gepassioneerde zal antwoorden: ja, laat de wijze maar eeuwig

bestaan met de illusie van een tere, onthechte “waarachtige zielsrust”, ikzelf

zal willen leven en sterven in het verduren van hartstocht én rede, en ik zal

willen leven om eens te kunnen ophouden te bestaan. Want wat mijn dood

niet kan uitwissen, is dat ik heb geleefd, zoals de Franse filosoof Vladimir

Jankélévitch zei: la mort peut détruire tout, sauf le fait d’avoir vécu.

Ik ben met mijn commentaar voorbij gegaan aan de fascinerende literaire

constructie die Irven D. Yalom heeft gebruikt om het Spinoza-probleem te

verhalen. De formule is de volgende. Naast het verhaal van Bento Spinoza,

plaatst de auteur dat van Alfred Rosenberg (1893 – 1946), de Nazi-ideoloog

die zich inbeeldde een groot filosoof te zijn. Deze Duitse Est (geboren in

Reval, thans Talinn) werd in die mate gedreven door een verstandelijke

obsessie, met name “an allem sind die Juden schuld” (om Friedrich

Hollaender te citeren), dat hij zijn hele leven daaraan spendeert. Het Duitse

volk moet van elk overblijfsel van joods bloed worden gezuiverd, een

nieuwere versie van Isabella’s estatutos de limpienza de sangre (de

bloedzuiverheidsstatuten).

Als hoofdredacteur van de Völkische Beobachter, het officiële partijblad van de
 
 nationaalsocialisten, publiceerde hij de beruchte Protokollen van de Wijzen van Zion
 
en bleef hij hameren op de finale uitdrijving van alle joden uit Europa.

Alfred Rosenberg zou, in het verhaal van Yalom, opdracht hebben gegeven

aan zijn Sicherheitsdienst om het Spinozahuis leeg te halen, alle boeken en het

meubilair –die hoe dan ook niet oorspronkelijk meer waren– naar Duitsland

over te brengen. Waarom? Gedreven door zijn jodenhaat kan Rosenberg er

maar niet bij dat het grote Duitse genie, Johann W. Goethe, een jaar lang

met het boek van een jood, Spinoza’s Ethica, in zijn vestzak heeft

rondgelopen, en dat diezelfde Goethe de schrijver van dat werk om zijn

wijsheid heeft vereerd en aanbeden. Dat is Rosenbergs raadsel. Hoe een

Duitser (Goethe) een jood (Spinoza) tot leidsman kon nemen, gegeven dat

het volgens Rosenberg onomstotelijke vast staat dat joden een

minderwaardig ras zijn en dat de Duitsers het summum zijn van het genie en

de vitaliteit van het Arische volk.

Yarom plaatst naast Rosenberg een jeugdvriend die psychiater wordt,

Friedrich Pfister. Op een vergelijkbare manier als Franco Benitez, Bento’s

vriend en gesprekspartner, tracht Friedrich op een helende wijze om te gaan

met de nazistische fanaat. Yalom put uit zijn rijke praktijk als therapeut om

aan die gesprekken gestalte te geven. Ik wil er hier niet over uitweiden. Maar

vernuftig is de parallellie die de Noord-Amerikaanse psychiater oproept in

de alternatie van de hoofdstukken over Rosenberg-Pfister en die over

Spinoza-Franco.

Ook Alfred Rosenberg is een man die zich uiteindelijk in de “omhelzing van

de eenzaamheid” terugtrekt. Hij is gekwetst door het gebrek aan liefde dat

hij van zijn Führer ondervond, niettegenstaande al zijn inspanningen om het

deze naar zijnwens te maken. Hij leeft totaal opgesloten en geïsoleerd in de

intellectuele waan van de Mythus des 20. Jahrhunderts, een fanatiek boek dat hij schreef en dat in een miljoenenoplage van de hand ging. Maar een voor de

meesten onleesbaar traktaat dat altijd net wat minder succes kende dan Mein

Kampf. De therapeut Pfister tracht Rosenberg te verlossen van de toestand

van “geagiteerde depressie”, waaraan de nazi-ideoloog allengs was gaan

leiden. Daarvoor moet hij, zoals Franco het bij Bento deed, door Alfreds

gedachten breken, een zielige man die uiteindelijk zijn patiënt is geworden.

Opmerkelijk, Rosenberg verloor zijn moeder als jonge knaap, zijn vader is

vroeg overleden, en met zijn broer heeft hij geen enkel contact meer. Van

zijn eerste vrouw is hij gescheiden. De tweede komt in zijn verhaal van “de

mythe van de 20ste eeuw” niet voor. Onthechting en dissonantie: het zijn de

kenmerken van Rosenbergs bestaan. En op de een of andere manier heeft

de nationaalsocialist, hij die zo in de ban was van het ‘raadsel Spinoza’, de

rede tot hartstocht gemaakt. Lijdt Bento aan de ‘rationeurose’, dan leidt

Alfred aan de ‘Duitse Vernunftneurose’. Gevoelens zijn er om in bedwang

te worden gehouden en dat op een zo hartstochtelijk mogelijke manier. De

liefde die bindt door de verschillen en zelfs de tegenstellingen, zij is aan

Bento noch aan Alfred besteed.

Is dat het ‘raadsel Spinoza’? Een raadsel van een onthecht en eenzaam

bestaan dat Yalom in zijn roman aan de hand van de gelijkenis der extremen

–Bento en Alfred, twee vereenzaamde jongetjes– schetst? Een lijden dat de

gevallen ‘Spinoza’ en ‘Rosenberg’, over de immense verschillen, met elkaar

in relatie brengt, misschien zelfs verbindt? Hun beider onvermogen de ander

als andere te ervaren en aanvaarden, is dat het wat Yalom zijn lezers wil

duidelijk maken? Als dat zo is dan gaat het om een gewaagde stelling.

Helaas, het ontbreekt ons aan doorslaggevend bewijs, hoewel wij als

geduldige lezers tussen onze lectuur van Spinoza’s Tractatus Theologico

Philosophicus en zijn Ethica toch enige nattigheid hebben gevoeld.

Een laatste vraag: is dit een boek dat ik lezers zou aanraden?

Ja, omwille van de gedurfde romaneske ingreep van de auteur, zoals ik zopas

verduidelijkte. Spinoza, altijd weer Spinoza, de mensheid geraakt over die

mens niet uitgepraat. Vandaag is er andermaal een hype rond zijn persoon

en werk. Misschien meer zijn persoon dan zijn werk. Yaloms en Damasio’s

boeken maken daar deel van uit. En misschien heeft Yalom, als

gedragstherapeut die romans schrijft over filosofen –zoals geweten een

zonderling volkje– een punt.

Wie van ons Theun De Vries’ Spinoza. Een biografie heeft gelezen, zal van

Yaloms roman wellicht weinig opsteken. Wie K. O. Meinsma’s Spinoza en

zijn kring. Over Hollandse vrijgeesten las, zal Yaloms boek mogelijk niet zo

kunnen waarderen.

En ik ga dan voorbij aan ander voortreffelijk werk, zoals

de boeken van Margaret Gullan-Whur, Spinoza. Een leven volgens de rede (in deNederlandse vertaling), Yirmiyahu Yovels Spinoza and other heretics (2 delen), en uiteraard het vandaag schier onvermijdelijke standaardwerk van Jonathan

Israel, Radical Enlightenment. Voor de wijsgerig geïnteresseerden onder ons

blijft Harry Austryn Wolfson’s The Philosophy of Spinoza: Unfolding the Latent
 
Processes of His Reasoning (voor het eerst in 1934 verschenen) het

standaardwerk.

Ben ik nu een Groot-Nederlandse chauvinist als ik devoot besluit met: ach

laten wij maar weer eens Theun De Vries’ boek ter hand nemen en nog eens

aandachtig het laatste hoofdstuk lezen, dat –zal het ons verbazen?– als titel

heeft: ‘het geheim van de Ethica

 

Spinozahuis, Rijnsburg, geschilderd door Anton L. Koster (1859 – 1937), bron:


http://spinoza.blogse.nl/log/anton-l-koster-1859-1937-schilderde-het-rijnsburgse-spinozahuis-bijbloeiende-

tulpenvelden.html

 
Ronald Commers,

Geen opmerkingen:

Een reactie posten