Pagina's

dinsdag 22 juli 2014

"Où peut-on être mieux?" Muziek en muzikanten in de negentiende-eeuwse Brusselse vrijmetselarij



Doctoraal proefschrift

Promotie David Vergauwen

Op woensdag 21 mei 2014 promoveerde dhr. David Vergauwen tot doctor in de Geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij verdedigde een orgineel proefschrift met als titel "Où peut-on être mieux?" Muziek en muzikanten in de negentiende-eeuwse Brusselse vrijmetselarij. David Vergauwen studeerde geschiedenis, kunstgeschiedenis en musicologie aan de Universiteit Gent en is lid van de Interdisciplinaire Onderzoeksgroep Vrijmetselarij (FREE) aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn doctoraal proefschrift focust op de rol van de vrijmetselaar als musicus in het Brussels cultuurleven van 1786 tot 1930. De abstract is te lezen op de website van de VUB. Promotor is prof.dr. Jeffrey Tyssens; De verdediging werd bekroond met het behalen van de graad van doctor, met de grootste onderscheiding, en met felicitaties van de jury.


Geplaatst door Stichting OVN

Abstract

Deze studie behandelt de betekenis van muziek binnen de Brusselse
vrijmetselarij uit de (lange) negentiende eeuw (1786-1930), met een bijzondere
aandacht voor de rol en de positie van de maçonnieke musicus. Ze wil een licht
werpen op de rol die de vrijmetselarij speelde in het Brusselse cultuurleven.
Zodoende bevindt deze studie zich op een grensgebied van twee disciplines:
geschiedenis en musicologie. Daarom schiepen we een theoretisch kader dat wij
“maçonnieke musicologie” noemden: het bestuderen van muziek in een sociaalhistorischperspectief, waarbij muziek en muzikanten als studieobject wordenafgewogen tegenover de sociale, politieke, religieuze, culturele, filosofische,economische en institutionele contexten.

Het lot van de musicus werd onderzocht dankzij een prosopografische
studie van 365 individuen die zowel als vrijmetselaar en als muzikant actief
waren in het negentiende-eeuwse Brussel. Tegen deze achtergrond
bestudeerden we vervolgens de praktische modus operandi en de alledaagsheid
van het muzikale leven binnen de werkplaats, met bijzondere aandacht voor
evoluties in de sociale positie van de muzikant. Er werd aandacht geschonken
aan de organisatie van maçonnieke liefdadigheidsconcerten en de filantropische,
diplomatieke, politieke en sociale doeleinden die zij dienden.

De maçonnieke muziek zelf werd onderzocht aan de hand van een
analyse van meer dan 150 maçonnieke chansons. Enkele maçonnieke
chansonniers werden belicht, alsook enkele maçonnieke muziekbundels. Er werd
aandacht geschonken aan een klein dozijn partituren die werden teruggevonden
en in een apart hoofdstuk werd ingegaan op de relatie tussen muziek en het
maçonnieke rouwritueel, gebruik makend van de methodes van de culturele

antropologie en de etnomusicologie.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten